Zeepbellen

Afgelopen zaterdag trok ik naar de betoverende Zwalmstreek samen met 3 zussen en hun vriendinnen voor een warm vrijgezellenweekend vol gekeuvel, herinneringen oprakelen en gelach.

En zoals vaak zag ik veel meer dan wat ik zag.

De intimiteit tussen mensen, flarden dialoog en speelsheid, meer is er niet nodig om me aan het mijmeren te krijgen.

Kleine dingen. Zeepbellen, waterplassen, de eerste bloesems. Er is niet veel nodig om het spelend kind in de mens bloot te leggen.

Het heeft niets met nostalgie te maken, alles met onweerstaanbaarheid.

Wie  herinnert er zich niet de badschuim verkleedtaferelen?   Jongens maken een baard en meisjes spelen, draperen het schuim over hun armen, strelen hun huid en wanen zich prinses.

Jonge vrouwen die een bellenblazer in de hand geduwd krijgen,  worden in één oogopslag opnieuw de meisjes die ze altijd waren.

Verrukking om kleuren, om de volmaakte pracht van een grote bel. Symmetrie, spiegeltjes, schoonheid. Flonkerend licht dat niet gevangen kan worden, maar helder openspat en voor vrolijke lachbuien zorgt. Een ongrijpbaarheid die niet tastbaar hoeft te worden.

Ik zag het in hun ogen, verwonderd vrolijk, verbaasd keken ze de bellen na, en stiekem dreven ze mee op de luchtstroom.  Naar andere landen, andere gedachtes en verre mijmeringen. Ik voelde blijheid, ongeremdheid, verbondenheid en heel veel oprecht plezier.

Misschien moeten we met z’n allen vanaf nu ook maar steeds een bellenblaas in ons handschoenkastje of tas meesleuren. Als we dan even dreigen te verzanden in het stugge of het zorgende, als de bezige bij in ons het overneemt, dan halen we het toverflesje boven.

Want als er maar zo weinig nodig is als een vrij moment met een bellenblazer en een handvol vriendinnen, dan kan het meisje in de vrouw toch nooit echt ver weg zijn?

 

 

 

share

connect

Comments